‘Thuiskomen bij God’
Romeinen 8 vers 14 en 15
14Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn
kinderen van God.
15Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst
leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door
Wie wij roepen: Abba, Vader!
M.m.v.
Orgel: Conny de Ronde
Piano: Ina Moerman
Gedichten: Ina Moerman en Wil Schinkelshoek
Schriftlezing: Nelleke Dorsman
Meditatie: Hugo Snaaijer
Welkom
Lied 939: Op U alleen, mijn licht, mijn kracht
Op U alleen mijn licht mijn kracht
Stel ik mijn hoop U zorgt voor mij
Door golven heen door storm en nacht
Leidt mij Uw hand U blijft nabij
Uw vrede diep Uw liefde groot
Verjaagt mijn angst verdrijft de dood
Mijn vaste rots mijn fundament
U bent de grond waarop ik sta
U werd een mens U daalde neer
In onze pijn en schuld en strijd
U droeg de last verrezen Heer
Die ons van elke vloek bevrijdt
U sloeg de zonden aan het kruis
En brengt ons bij de Vader thuis
Want door Uw bloed Uw levenskracht
Komen wij vrij voor God te staan
Van eerste kreet tot laatste zucht
Leef ik in U en U in mij
Geen boze macht geen kwaad gerucht
Niets is er dat mij van U scheidt
Want U regeert U overwint
U neemt mij aan ik ben Gods kind
Totdat U komt mij roept voorgoed
Bent U het doel van mijn bestaan
Psalm 122: vers 1 en 3
1. Ik ben verblijd, wanneer men mij
Godvruchtig opwekt: "Zie, wij staan
Gereed, om naar Gods huis te gaan;
Kom, ga met ons en doe als wij."
Jeruzalem, dat ik bemin,
Wij treden uwe poorten in;
Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is wèl gebouwd,
Wel saâmgevoegd: wie haar beschouwt,
Zal haar voor 's Bouwheers kunstwerk groeten.
3. Dat vreed', en aangename rust,
En milde zegen u verblij';
Dat welvaart in uw vesting zij,
In uw paleizen vreugd' en lust.
Om vriend en broed'ren spreek ik nu:
"De vrede zij en blijv' in u;
Nooit moet haar nijd of twist verkloeken;
Om 's HEEREN huis, in u gebouwd,
Waar onze God Zijn woning houdt,
Zal ik het goede voor u zoeken."
Gedicht / Ina: Verwachting – Ina van der Beek
Lied Opwekking 599: Kom tot de Vader
Nog voordat je bestond,
kende Hij je naam.
Hij zag je elk moment,
en telde elke traan.
Omdat Hij van je hield,
Gaf Hij zijn eigen Zoon.
Hij wacht alleen nog maar
totdat je komt
Refrein:
Kom tot de Vader,
Kom zoals je bent
Heel je hart, al je pijn
is bij Hem bekend
de liefde die Hij geeft,
de woorden die Hij spreekt
daarmee is alles klaar wanneer jij komt
En wat je nu ook doet,
Zijn liefde blijft bestaan
Ook niets wat jij ooit deed
verandert daar iets aan.
Omdat Hij van je houdt,
gaf Hij zijn eigen Zoon
En nu is alles klaar wanneer jij komt
Refrein:
Gebed
Schriftlezing: Nelleke: Lukas 15 vers 11 t/m 32
Gezang 446: vers 1, 3, 6 en 7
1. O Jezus, hoe vertrouwd en goed
klinkt mij Uw Naam in 't oor,
Uw Naam die mij geloven doet:
U gaat mij reddend voor;
3. Mijn Herder en mijn Held, mijn Vriend,
mijn Koning en Profeet,
mijn Priester die mijn schuld ontbindt,
mijn weg waarop ik treed;
6. O Jezus, hoe vertrouwd en goed
klinkt mij Uw Naam in 't oor,
als ik van alles scheiden moet
gaat nog die Naam mij voor.
7. O Naam, eeuwige ademtocht,
een sterveling ben ik,
als eens mijn eigen adem stokt
dan draagt mij Uw muziek.
Psalm 84: vers 1, 2 en 6
1. Hoe lief'lijk, hoe vol heilgenot,
O HEER, der legerscharen God,
Zijn mij Uw huis en tempelzangen!
Hoe branden mijn genegenheên,
Om 's HEEREN voorhof in te treên!
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen;
Mijn hart roept uit tot God, Die leeft,
En aan mijn ziel het leven geeft.
2. Zelfs vindt de mus een huis, o HEER,
De zwaluw legt haar jongskens neer
In 't kunstig nest bij Uw altaren,
Bij U, mijn Koning en mijn God,
Verwacht mijn ziel een heilrijk lot;
Geduchte HEER der legerscharen,
Welzalig hij, die bij U woont,
Gestaâg U prijst en eerbied toont.
6. Want God, de HEER, zo goed, zo mild,
Is t' allen tijd een zon en schild;
Hij zal genaad' en ere geven;
Hij zal hun 't goede niet in nood
Onthouden, zelfs niet in de dood,
Die in oprechtheid voor Hem leven.
Welzalig, HEER, die op U bouwt,
En zich geheel aan U vertrouwt.
Meditatie
Lied Johan de Heer 981: Wat zal de wereld mooi zijn op
die dag: vers 1, 2 en 4
1. Wat zal de wereld mooi zijn op die dag
Als Jezus weer zal komen op de wolken
Als al wat leeft, de natiën de volken
Zich voor hem zullen buigen vol ontzag.
2. Wat zal de wereld mooi zijn op die dag
Als God zijn tent zal opslaan bij de mensen
Als volken niet gescheiden meer door grenzen
Zich zullen scharen onder Christus vlag
4. Wat zal de wereld mooi zijn op die dag
Als God zijn volk met heerlijkheid zal kronen
En in het nieuw Jeruzalem doet wonen
Wat zal de wereld mooi zijn op die dag.
Lied Evangelische Gezangen 452: Verlosser, Vriend, o
hoop, o lust: vers 1, 3 en 4
1. Verlosser, Vriend, Gij hoop en lust
van die U kennen, neem het lied,
dat U in 't stof een sterv'ling biedt,
een zondaar, die uw voeten kust.
Een zondaar, een verlost', o Heer,
en nu geen zondaar meer.
O, neem het aan!
Gij laat geen smeek'ling staan,
Gij hoort in hemellingen
verloste zondaars zingen:
o, neem het aan!
3. Bedreigt mij leed, ontmoet mij smart,
ik vrees geen kwaad, maar klaag het Hem:
hoe groot in eer, Hij hoort mijn stem,
hoe ver van d' aard, Hij kent mijn hart.
Gods Zoon vergeet de zijnen niet,
die Hij op aarde liet.
Hij is mijn hoop,
Hij wies mij door zijn doop,
Hij geeft mij brood en beker,
'k ben van zijn liefde zeker:
Hij is mijn hoop!
4. Waar is een vreugd, een kalmt', een heil,
zo zalig als dit hoogst genot?
Het vloeit uit God en keert tot God,
het heeft noch maat noch perk nog peil.
In Jezus is mijn zalig lot
verborgen bij mijn God.
Hij is mijn lust,
ook als mijn stof eens rust.
O, prijst Hem, mijn gezangen!
Ik blijf zijn komst verlangen:
Hij is mijn lust!
Psalm 73: vers 9 en 10
9. Nu blijf ik bij U voor altijd,
God die mij troost, die bij mij zijt,
mijn twijfel stilt en mijn verlangen,
die mij in liefde houdt omvangen.
Gij neemt mij bij de rechterhand,
Gij zijt getrouw, uw raad houdt stand,
uw wijsheid is het die mij leidt
en eenmaal kroont met heerlijkheid.
10. Wien heb ik in den hemel, Heer,
behalve U, mijn troost en eer ?
Wat kan op aarde mij bekoren ?
Alleen bij U wil ik behoren.
Al zou mijn vlees en hart vergaan,
toch zal ik, God, voor U bestaan,
wien ik mijn leven toevertrouw,
Gij zijt de rots waarop ik bouw.
Gedicht Wil: Alleen met U, Heer – Ina van der Beek
Lied 427: Beveel gerust uw wegen: vers 1, 2, 5 en 8
1 Beveel gerust uw wegen,
al wat u 't harte deert,
der trouwe hoede en zegen
van Hem, die 't al regeert:
Die wolken, lucht en winden
wijst spoor en loop en baan,
Zal ook wel wegen vinden,
waarlangs uw voet kan gaan.
2 Den Heer' moet gij vertrouwen,
begeert gij de uitkomst goed;
Op Hem uw hope bouwen,
zal 't slagen, wat gij doet;
Door uw bekommeringen,
uw klagen in uw pijn,
laat God zich niets ontwringen,
Hij wil gebeden zijn.
5 Laat Hem besturen, waken!
't is wijsheid wat Hij doet;
Hij zal zó alles maken,
dat ge'u verwond'ren moet,
als Hij, die alle macht heeft,
met wonderbaar beleid,
geheel het werk volbracht heeft,
waarom uw oog thans schreit.
8 Hoor onze smeekgebeden!
Heer'! red uit allen nood!
Sterk onze wank'le schreden,
en leer ons, tot den dood
op Uwe hoed' en zegen
vertrouwen, vroom van zin;
zo voeren onze wegen,
gewis ten Hemel in!
Lied 392: Blijf mij nabij: vers 1, 2 en 4
1. Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt
De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt
Andere helpers, Heer, ontvallen mij.
Der hulpelozen hulp, wees mij nabij.
2. Wees bij mij, nu de dag ten einde spoedt
Alles verdoft wat glans bezat en gloed
Alles vervalt in ‘t wisselend getij,
Maar Gij die eeuwig zijt, blijf mij nabij.
4. Ik vrees geen kwaad, want bij mij is de Heer
Tranen en leed zijn nu niet bitter meer
Waar is uw prikkel, dood, wat dreigt ge mij
Ik triomfeer, mij is de Heer nabij
Dankgebed
Lied 387: O Heer mijn God, ook deze nacht: vers 1, 3, 4,
5 en 7
1. O Heer mijn God, ook deze nacht
zij lof en eer U toegebracht
omdat Gij dag en duister schept
en ons het licht gegeven hebt.
3. Neem mij de last van doodsangst af,
dat ik te ruste ga in ’t graf.
Leer mij te sterven dat ik mag
vrolijk verrijzen op uw dag.
4. Is deze arbeidsdag voorbij,
dat mij de slaap een balsem zij.
Dan zal ik zijn in ’t nieuwe licht
als een die graag zijn dienst verricht.
5. Wanneer mij slapeloosheid kwelt,
geef dat uw Geest mij vergezelt.
Laat mij niet raken in de macht
der boze geesten van de nacht.
7. Loof God de Heer die eeuwig leeft,
alles uit niets geschapen heeft,
die ons tot aan zijn dag behoedt
en onze ogen open doet!
Lied Evangelische liedbundel 246: Ga maar gerust
1. Ga maar gerust, want ik zal met je meegaan. Ik ben je
baken, ook in diepe nacht. Ik ben de stem die steeds in
jou zal opstaan. Ik ben de hand die op je vriendschap
wacht. Ik ben het licht dat voor je voeten uitgaat. Ik ben
de wind waardoor je adem haalt.
2. Ga maar gerust, want ik zal met je meegaan. Ik ben de
zon, waarvoor het donker knielt. Ik ben de groet,
waarmee ook jij kunt opstaan. Ik ben de hoop, dat zaad
diep in je ziel. Ik ben het lied dat fluistert in de bomen. Ik
ben de dag, die schemert in je droom.
3. Ga maar gerust, want ik zal met je meegaan. Ik ben de
liefde, die een mens je schenkt. Ik ben de hoogste toon
die jij kunt aanslaan. Ik ben de verte, die verlangend
wenkt. En, kom je thuis, de laatste mist verdwenen, ben
ik de hand, die al je tranen wist.
Zegen
Orgelspel
- Details