Liturgie voor de morgendienst van zondag 11 januari 2026 om 10.00 uur in de Hervormde Kerk van Puttershoek, waarin een aantal zusters en broeders zal worden bevestigd of herbevestigd in een ambt.

Voorganger: ds. G.J. van Beek
Ouderling van dienst: Hugo Snaaijer
Organist: Linda Stolk
Welkom en mededelingen
Aanvangslied: OTH 273 (laatste refrein 1x)
Heer ik kom tot U;
Neem mijn hart, verander mij,
Als ik U ontmoet
Vind ik rust bij U.
Want Heer ik heb ontdekt,
Dat als ik aan uw voeten ben,
Trots en twijfel wijken
Voor de kracht van uw liefde.
Refrein: Houd mij vast,
laat uw liefde stromen.
Houd mij vast,
heel dichtbij uw hart.
Ik voel uw kracht
en stijg op als een arend;
dan zweef ik op de wind,
gedragen door uw Geest
en de kracht van uw liefde.
Heer, kom dichterbij
dan kan ik uw schoonheid zien
en uw liefde voelen, diep in mij.
En Heer, leer mij uw wil,
zodat ik U steeds dienen kan
en elke dag mag leven
door de kracht van uw liefde.
Refrein
Stil gebed
Votum en Groet
we gaan zitten
Aanvangstekst: Psalm 121: 1 en 2
Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Van waar komt mijn hulp?
Mijn hulp komt van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Samenzang: Psalm 121: 2, 3 en 4
Uw wankle voeten zet Hij vast,
als gij geen uitkomst ziet: / uw wachter sluimert niet !
Zijn oog wordt door geen slaap verrast,
Hij wil, als steeds voor dezen, / Israëls wachter wezen.
De HEER brengt al uw heil tot stand,
des daags en in de nacht / houdt Hij voor u de wacht.
Uw schaduw aan uw rechterhand:
de zon zal u niet schaden, / de maan doet niets ten kwade.
De HEER zal u steeds gadeslaan,
Hij maakt het kwade goed, / Hij is het die u hoedt.
Hij zal uw komen en uw gaan,
wat u mag wedervaren, / in eeuwigheid bewaren.
Gebed
Kinderlied: OTH 408
Refrein: God zal met ons zijn,
God is Immanuël,
God zal met ons zijn,
de God van Israël.
Ver weg van het Kindje, ver weg overal.
Weet je dat die Koning bij ons blijven zal?
Ver weg in het oosten, waar wij gaan of staan,
Hij zal bij ons blijven, Jezus is Zijn naam.
Refrein
Jezus is de Koning, Hij is nu nog klein.
Straks zal Hij de Redder van de wereld zijn.
Ver weg in het oosten, waar wij gaan of staan,
Hij is onze Koning, Hij kent onze naam.
Refrein
Schriftlezing: Psalm 84 en Filippenzen 2: 1 t/m 11
Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Van de Korachieten, een psalm.
Hoe lieflijk is uw woning, HEER van de hemelse machten.
Van verlangen smacht mijn ziel naar de voorhoven van de HEER. Mijn hart en mijn lijf roepen om de levende God.
Zelfs de mus vindt een huis en de zwaluw een nest waarin ze haar jongen neerlegt, bij uw altaren, HEER van de hemelse machten, mijn koning en mijn God.
Gelukkig wie wonen in uw huis, gedurig mogen zij U loven. sela
Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken, met in hun hart de wegen naar U.
Trekken zij door een dal van dorheid, door hen verandert het in een oase; rijke zegen daalt als regen neer.
Steeds krachtiger gaan zij voort om in Sion voor God te verschijnen.
HEER, God van de hemelse machten, hoor mijn gebed,
luister naar mij, God van Jakob. sela
God, ons schild, zie naar ons om, sla goedgunstig het oog op uw gezalfde.
Beter één dag in uw voorhoven dan duizend dagen daarbuiten, liever op de drempel van Gods huis dan wonen in de tenten der goddelozen.
Want God, de HEER, is een zon en een schild.
Genade en glorie schenkt de HEER, zijn weldaden weigert Hij niet aan wie oprecht hun weg gaan.
HEER van de hemelse machten, gelukkig de mens die op U vertrouwt.
Filippenzen 2: 1 t/m 11
Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zoveel hartelijk medeleven, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle nederigheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij, die de gestalte van God had, maakte er geen aanspraak op aan God gelijk te zijn, maar deed afstand van zijn positie en nam de gestalte aan van een dienaar.
Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.
Samenzang: OTH 265: 1 en 2
Abba Vader, U alleen
U behoor ik toe.
U alleen doorgrondt mijn hart,
U behoort het toe.
Laat mijn hart steeds vurig zijn,
U laat nooit alleen.
Abba, Vader, U alleen
U behoor ik toe.
Abba, Vader, laat mij zijn
slechts voor U alleen.
Dat mijn wil voor eeuwig zij
d’uwe en anders geen.
Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer.
Laat mij nimmer gaan.
Abba, Vader, laat mij zijn
slechts van U alleen.
Verkondiging met als thema: “Met vreugde staan in Gods dienst!
Samenzang: OTH 354
Heer, wat een voorrecht om in liefde te gaan,
schouder aan schouder in uw wijngaard te staan,
samen te dienen, te zien wie U bent,
want uw woord maakt uw wegen bekend.
Refrein: Samen op weg gaan, dat is ons gebed,
als een volk, dat juist daarvoor
door U apart is gezet.
Vol van uw liefde, genade en kracht,
als een lamp, die nog schijnt in de nacht.
Samen te strijden in woord en in werk.
Eén zijn in U, dat alleen maakt ons sterk.
Delen in vreugde, in zorgen, in pijn,
als uw kerk, die waarachtig wil zijn.
Refrein
Formulier voor de bevestiging van ambtsdragers
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Omdat een aantal zusters en broeders uit ons midden tot ambtsdrager verkozen is en niemand bezwaar heeft gemaakt tegen hun belijdenis en wandel, mogen wij hen deze morgen bevestigen in het ambt waartoe de kerk van Christus hen geroepen heeft.
Maar laten we eerst luisteren naar wat de Bijbel over de ambten zegt.
In het vergaderen en onderhouden van Zijn kerk maakt onze Here Jezus Christus gebruik van de dienst van mensen, aan wie Hij in de gemeente een bijzondere taak heeft toevertrouwd.
Hun ambtswerk is bedoeld om de gelovigen toe te rusten tot getuigenis en dienst in de wereld en tot opbouw van het lichaam van Christus, Zijn gemeente.
Zij mogen dit werk verrichten, ziende op Hem, die niet gekomen is om Zich te láten dienen maar om te dienen.
Deze dienstbaarheid in de naam van Christus krijgt een duidelijke gestalte in het ambt van diaken.
Het werk van diakenen is, dat zij namens de gehele gemeente aan hen, die hulp behoeven, de liefde van Christus betonen en de gemeente opwekken om daartoe de middelen te verstrekken. Bovendien zullen zij een open oog en een bewogen hart moeten hebben voor alles wat in de wereld gebeurt tot verlichting van het lijden en tot het scheppen van rechtvaardige verhoudingen onder de mensen en in Christus’ Naam daaraan medewerken.
Tevens hebben zij vanouds een taak bij de viering van het Heilig Avondmaal, waarbij wij de dood des Heren gedenken totdat Hij komt. Ook daarbij zamelen zij speciale gaven in om allen, die hulp nodig hebben – binnen of buiten de kerk, dichtbij of veraf – te doen delen in de liefde van Christus.
Met de daad en door gebed komen zij dus op voor het recht van de armen en voor degenen die om hulp roepen en voor hen die géén helper hebben.
Een ander ambt is dat van ouderling.
Zoals de oudsten in Israël het volk vertegenwoordigden en tegelijk opzicht hadden over de gemeente van God, zo worden in de gemeente van Christus de ouderlingen aangesteld om de gemeente te houden aan haar roeping om een koninkrijk van priesters en een heilig volk te zijn (Exodus 19:6).
Zij treden op als vertrouwenspersonen en zijn het geweten van de gemeente.
Zij bemoedigen hun broeders en zusters in de navolging van Christus, onze Here en Heiland.
In opdracht van de Goede Herder: ‘Hoed Mijn schapen’ ondersteunen zij het werk van de predikant in de gemeente en verlenen hem daarbij alle medewerking.
Zij zijn in het bijzonder verantwoordelijk voor de wekelijkse bijeenkomsten van de gemeente, de Bijbelse verkondiging van Gods Woord en het juiste gebruik van de sacramenten.
Samen met de predikant dragen zij zorg voor het bezoeken van de leden van de gemeente en voor het onderricht aan de jeugd.
De verzorging van de stoffelijke belangen van de gemeente – voor zover niet van diaconale aard – zijn toevertrouwd aan daartoe speciaal verkozen ouderling - kerkrentmeesters. Zij dragen zorg voor het onderhoud en instandhouding van de kerkelijke gebouwen en allen die in hun opdracht in de gemeente en de kerk werkzaam zijn.
Alle ambtsdragers hebben tezamen de verantwoordelijkheid als kerkenraad om de gemeente en elkaar bij de geweldige beloften van heil van onze God te bewaren en deze aan anderen uit te dragen.
Zo zoeken wij immers Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid.
De apostel Paulus schrijft in dit verband: ‘Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest; er is verscheidenheid in bedieningen maar het is dezelfde Here; er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt.’
En de apostel Petrus zegt: ‘Dient elkander, een ieder naar de genadegaven die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods.’
Jullie…, die nu gereed staan om jullie ambtswerk te aanvaarden: herinner je altijd met dankbaarheid dat het Christus’ eigen kudde is, die mede aan jullie zorg wordt toevertrouwd.
Hij heeft haar verworven door Zijn bloed; het is Zijn kerk.
Aanvaard daarom je dienst met blijdschap, voed jezelf met het Woord van God, volhard in het gebed en vertrouw op de kracht van de Heilige Geest.
Gelofte en bevestiging van ambtsdragers die aantreden:
Geliefde zuster en broeders, ..., Sylvia, Harrie, Christiaan, Danny en Bas opdat wij allen mogen horen dat jullie bereid zijn om je ambt te aanvaarden, verzoek ik jullie te antwoorden op de volgende vragen:
Ten eerste: Geloof je dat je in je verkiezing door deze gemeente door God Zelf tot deze dienst geroepen bent?
Ten tweede: Aanvaard je de Heilige Schrift als énige regel van het geloof en wil je je verzetten tegen alles wat daarmee strijdig is?
Ten derde: Beloof je je ambt waardig en trouw te zullen bedienen met liefde voor de gemeente en voor alle mensen die de Here op uw weg brengt?
Beloof je geheim te houden wat vertrouwelijk tot je kennis komt, en beloof je je taak te vervullen overeenkomstig de orde van onze kerk?
Hendrik Aart Mekking (diaken)
Christiaan Hendrik Timotheüs Moree (diaken)
Sylvia Speelman (ouderling)
Daniël Pieter Westdijk (ouderling-kerkrentmeester)
Bastiaan de Winter (ouderling-kerkrentmeester)
Wat is daarop je antwoord?
God, onze hemelse Vader, die jullie geroepen heeft tot deze heilige dienst verlichte jullie door Zijn Geest en Hij sterke jullie door Zijn hand; Hij regere jullie zó in de bediening van je ambt dat jullie daarin getrouw en vruchtbaar mogen wandelen tot glorie van Zijn Naam en tot verbreiding van het Rijk van Zijn Zoon Jezus Christus. Amen.
Vervolgens vraag ik jullie, die je ambtswerk zullen voortzetten, op te staan en antwoord te geven op de volgende vragen.
Geliefde zusters en broeders, éénmaal zijn jullie in een ambt, in deze gemeente bevestigd.
Daarbij hebben jullie uitgesproken dat jullie de Heilige Schrift, bij het licht waarvan wij leven, aanvaarden als enige regel van het geloof, en dat jullie je willen verzetten tegen al wat daarmee strijdig is. Jullie hebben ook beloofd geheim te zullen houden wat vertrouwelijk tot je kennis mocht komen en je taak te vervullen overeenkomstig de orde van onze kerk.
Nu jullie je ambtswerk zullen voortzetten, vraag ik jullie daarom:
Geloof je dat je in je verkiezing door deze gemeente door God Zelf bent geroepen?
En beloof je je ambt waardig en trouw te zullen bedienen met liefde voor de gemeente en voor alle mensen die de Here op uw weg brengt?
Anna Maria Bongers (e.v. de Haan, ouderling)
Barend Dorsman (ouderling-kerkrentmeester)
Govert Gravendeel (ouderling)
Jan Petrus Cornelis Adrianus van Santen (jeugdouderling)
Christian Laurens Johannes Viskil (ouderling-kerkrentmeester)
Pieternella Vos (e.v. Dorsman, ouderling)
Wat is daarop je antwoord?
God, onze hemelse Vader, die jullie tot dit ambtswerk heeft geroepen,
Hij geve jullie de genade, dat jullie daarin ook in het vervolg trouw en vruchtbaar werkzaam mogen zijn. Amen.
Toezingen: Psalm 134: 3 (oude berijming, staande)
Dat’s Heren zegen op u daal
Zijn gunst uit Sion u bestraal
Hij schiep ’t heelal zijn naam ter eer:
Looft, looft dan aller heren Heer!
Enkele toespraken
Samenzang: Gezang 78: 1, 2 en 3
Laat me in U blijven, groeien, bloeien,
o Heiland die de wijnstok zijt !
Uw kracht moet in mij overvloeien,
of 'k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
opdat ik waarlijk vruchtbaar zij !
Ik kan mijzelf geen wasdom geven:
niets kan ik zonder U, o Heer !
In uw gemeenschap kiemt er leven
en levensvolheid meer en meer !
Uw Geest moet in mij uitgestort:
de rank die U ontvalt, verdort.
Neen, Heer, ik wil van U niet scheiden,
'k blijf de Uw' altijd, blijf Gij de mijn' !
Uw liefde moet alom mij leiden,
uw leven moet mijn leven zijn,
uw licht moet schijnen in mijn huis
bij kruis naar kracht en kracht naar kruis.
Dankgebed, voorbeden, stil gebed en ‘Onze Vader’
Dienstcollecte: Kerk en Eredienst

Slotlied: OTH 191
Ik bouw op U,
mijn Schild en mijn Verlosser.
Niet eenzaam ga
ik op de vijand aan.
Sterk in uw kracht, )
gerust in uw bescherming. ) 2x
Ik bouw op U en ga in uwe naam. )
Gelovend ga ik,
eigen zwakheid voelend.
En telkens weer
moet ik uw kracht verstaan.
Toch rijst in mij )
een lied van overwinning. ) 2x
Ik bouw op U en ga in uwe naam. )
Ik bouw op U,
mijn Schild en mijn Verlosser.
Gij voert de strijd,
de huld' is U gewijd.
In 't laatste uur )
zal 'k zegevierend ingaan ) 2x
in rust met U die mij hebt voortgeleid. )
Zegen (Amen gezongen Gezang 456: 3)
Amen, amen, amen !
Dat wij niet beschamen
Jezus Christus onze Heer,
amen, God, uw naam ter eer !
Deurcollecte: Onderhoud gebouwen