M.m.v.

Orgel en piano:                 Hans Viskil  

Gedicht en Schriftlezing:  Wil Schinkelshoek en
Ina Moerman       

Meditatie en gebeden:       Nelleke Dorsman 

 

Welkom 

Orgelspel

Welkom

Gezang 416: Gelukkig is het land         

Gelukkig is het land,

dat God de Heer beschermt.

Als daar met moord en brand

de vijand rondom zwermt,

en dat men meent: hij zal

't schier overwinnen al,

dat dan, dat dan, dat dan

hij zelf komt tot den val.

Gedankt moet zijn de Heer,

de God, die eeuwig leeft,

dat Hij ons t'zijner eer

dees overwinning geeft.

Wat wonder heeft de kracht

des Heren al gewracht !

O Heer, o Heer, o Heer,

hoe groot is uwe macht !

Psalm 27: 1 en 6: Mijn licht, mijn heil is Hij, mijn God en HERE

Mijn licht, mijn heil is Hij, mijn God en Here!

Waar is het duister dat mij onheil baart?

Mijn hoge burcht is Hij, niets kan mij deren,

in zijn bescherming ben ik wel bewaard!

Of zich de boosheid tegen mij verbindt

en op mij loert opdat zij mij verslindt,

ik ken geen angst voor nood en overval:

het is de Heer die mij behouden zal!

Wijs mij de wegen die ik zal betreden,

maak nu de paden effen voor mijn voet.

Als mij benauwt een drieste leugenrede,

leer mij de woorden die ik zeggen moet.

O geef mij aan mijn lasteraars niet prijs,

als zij mij kwellen met een vals bewijs.

Mijn God, zij blazen nijd en snuiven haat:

wees Gij de helper die mij niet verraadt.

Gedicht van Ida Gerhardt: Het Carillon

Gezang 411: 2, 7 en 14: Wilhelmus van Nassouwe

In Godes vrees te leven

heb ik altijd betracht,

daarom ben ik verdreven,

om land, om luid' gebracht.

Maar God zal mij regeren

als een goed instrument,

dat ik zal wederkeren

in mijnen regiment.

Van al die mij bezwaren

en mijn vervolgers zijn,

mijn God, wil toch bewaren

den trouwen dienaar dijn;

dat zij mij niet verrassen

in hunnen bozen moed,

hun handen niet en wassen

in mijn onschuldig bloed!

Vaarwel, mijn arme schapen

die zijt in grote nood,

uw herder zal niet slapen,

al zijt gij nu verstrooid!

Tot God wilt u begeven!

Zijn heilzaam woord neemt aan!

Als vrome christen leven,

't zal hier haast zijn gedaan!

Gezang 414:          Wilt heden nu treden voor God, den Here

Wilt heden nu treden voor God, den Here,

Hem boven al loven van harte zeer,

en maken groot zijns lieven namens ere,

die daar nu onze vijand slaat terneer.

Ter eren ons Heren wilt al uw dagen

dit wonder bijzonder gedenken toch.

Maakt u, o mens, voor God steeds wel te dragen,

doet ieder recht en wacht u voor bedrog.

Bidt, waket en maket dat ge in bekoring

en 't kwade met schade toch niet en valt.

Uw vroomheid brengt de vijand tot verstoring,

al waar' zijn rijk nog eens zo sterk bewald.

Gebed opening van de Schrift

Schriftlezing: Psalm 55: 1-12 en Romeinen 8: 31-39

Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een kunstig lied van David.

Luister, God, naar mijn gebed,

verberg u niet als ik om hulp smeek,

sla acht op mij en geef mij antwoord.

Klagend loop ik rond, radeloos

door het schreeuwen van de vijand

en het tieren van de goddelozen,

want zij storten onheil over mij uit

en bestoken mij met hun woede.

Mijn hart krimpt in mijn binnenste,

doodsangst heeft mij bevangen,

vrees en beven grijpen mij aan,

ik huiver over heel mijn lichaam.

Had ik vleugels als een duif,

ik zou opvliegen en neerstrijken,

ver, ver weg zou ik vluchten,

overnachten in de woestijn, sela

haastig beschutting zoeken

tegen de vlagen van de stormwind.

Splijt hun tong, Heer, verwar hun spraak,

want in de stad zie ik geweld en strijd,

dag en nacht gaan die rond op haar muren.

In het hart van de stad heerst onheil en leed,

in het hart van de stad heerst rampspoed,

het plein is in de greep van terreur en bedrog.

Romeinen 8: 31-39

Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? Zal Hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons dan met Hem ook niet alles schenken? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt, zit aan de rechterhand van God en pleit voor ons. Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard? Er staat geschreven: ‘Om U worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.’ Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij Hem die ons zijn liefde heeft bewezen. Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons bewezen heeft in Christus Jezus, onze Heer.

Gezang 466: Als God, mijn God, maar voor mij is

Als God, mijn God, maar voor mij is,

wie is er dan mij tegen?

Dan werken druk en droefenis

mij nochtans tot een zegen;

dan waakt alom een englenwacht,

dan zie ik sterren in de nacht

en bloemen op mijn wegen.

En wat er dreig', of wie er woed',

mijn Herder blijft mij leiden.

Geen donker dal van tegenspoed

kan van zijn staf mij scheiden.

Hij blijft mij overal nabij,

naar stille waatren voert Hij mij

en liefelijke weiden.

Ik heb mijn God, dat is genoeg,

ik wens mij niets daarneven.

Veel meer dan 't meeste, dat ik vroeg,

is mij in Hem gegeven:

mijn hoogste goed, mijn troost in smart,

het enig rustpunt van mijn hart,

mijn eeuwig licht en leven.

Meditatie: VRIJHEID

OTH 247: O HEER, de nacht komt over ons

O Heer, de nacht komt over ons.
Het grote oordeel wacht
tot U zult spreken.
O Heer, kunt U nog aanzien
hoe uw liefde wordt veracht,
hoe mensen breken?

Refrein:    Ontferm U Heer.
Vergeef ons Heer.
Genees ons Heer
en maak uw kerk weer nieuw.
Herstel het recht.
Geef vrede.
Doorstroom het land
met uw gerechtigheid.

O Heer, waar is de vredesduif,
of zijn haar vleugels lam,
voorgoed gebroken?
O Heer, wij bouwen oorlogstuig
en kinderen gaan dood
van brood verstoken.

Refr.

O Heer, de macht van ’t duister
doet zijn gif van angst en haat
op aarde stromen.
O Heer, laat ons ontwaken
met de liefde die bevrijdt.
Laat uw rijk komen.

Refr.

O Heer, toch zal het kruis voortaan
als baken van de hoop
boven ons land staan.
Door het vuur
zal men uw schoonheid zien
en zal uw volk opnieuw
voor U in brand staan.

Refr.

OTH 189: IK ZAL ER ZIJN: Hoe wonderlijk mooi is Uw eeuwige Naam

Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige naam. 
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.

Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.

‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

O Naam aller namen, aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer:
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.

‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’. (2x)

OTH 306: Glorie aan God

Glorie aan God (4x)

Lof zij de Heer,

Hem komt toe alle eer.
Hij's het Lam dat regeert

tot in eeuwigheid.

Zijn woord is macht,

heeft ons vrijheid gebracht.
Wij aanbidden,

wij knielen voor Jezus.

Groot is zijn troon,

eeuwig zijn kroon.
Overwinnaar zal Hij zijn,

over zonde, dood en pijn.

Heel het rijk der duisternis

weet wie Jezus Christus is:
Hij is de hoogste Heer!

Glorie aan God (4x)

Kondigt het aan,

door de kracht van zijn naam:
Heel de aard' wordt vervuld

van zijn glorie!

Satan, hij beeft,

want hij weet: Jezus leeft!
Hij's verslagen,

het Lam troont voor eeuwig!

Jezus is Heer, Redder en Heer!

Overwinnaar zal Hij zijn,

over zonde, dood en pijn.

Heel het rijk der duisternis,

weet wie Jezus Christus is:
Hij is de hoogste Heer!

Glorie aan God (4x)

Heersen met Hem

op de troon en zijn stem,
spreekt van liefde,

vervult ons met glorie.

Heilig en vrij alle tranen voorbij.
Eeuwig vreugde voor God,

lof, aanbidding:

Waardig het Lam, waardig het Lam!
Overwinnaar zal Hij zijn,

over zonde, dood en pijn.

Heel het rijk der duisternis,

weet wie Jezus Christus is:
Hij is de hoogste Heer!

Glorie aan God (4x)

Gedicht: Zal er ooit een dag van vrede

Johan de Heer 213: 1 en 3

’t Scheepke onder Jezus’ hoede.

Met de kruisvlag hoog in top.

Neemt als arke der verlossing.

Allen, die in nood zijn, op.

Al slaat de zee ook hol en hoog.

En zweept de storm ons voort.

Wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord.

En ’t veilig strand voor oog.

Arme zondaar, zie de kruisvlag.

Wapp’rend langs de oceaan:

Weet! De Heer is in het scheepje.

Kom! Neem uw verlossing aan!

Dies rijst een lied tot God omhoog.

Ruist vol een dankakkoord:

Wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord.

En ’t veilig strand voor oog.

Johan de Heer 722: Kroon Hem met gouden kroon 

Kroon Hem met gouden kroon.
Het Lam op Zijne troon!
Hoor, hoe het Hemels loflied al
verwint in heerlijk schoon.
Ontwaak, Mijn ziel en zing
van Hem, die voor U stierf,
en prijs Hem in all'eeuwigheên,
Die 't heil voor u verwierf

Kroon Hem, der liefde Heer!
Aanschouw Hem, hoe Hij leed.
Zijn wonden tonen 't gans heelal
wat Hij voor 't mensdom deed.
De Eng'len aan Gods troon;
All' overheid en macht,
zij buigen dienend zich ter neer
voor zulke wondermacht

Kroon Hem, de Vredevorst!
Wiens macht eens heersen zal
van pool tot pool, van zee tot zee;
't klinke over berg en dal.
Als alles voor Hem buigt,
en vrede heerst alom,
wordt d' aarde weer een paradijs.
Kom, Heere Jezus, kom!

Dankgebed 

Gezang 300: 1, 3 en 6: Eens als de bazuinen klinken

Eens, als de bazuinen klinken

uit de hoogte, links en rechts,

duizend stemmen ons omringen,

ja en amen wordt gezegd,

rest er niets meer dan te zingen, ‑

Heer, dan is uw pleit beslecht.

Roep de doden tot getuigen

dat Gij van oudsher regeert,

roep hen die men dwong te zwijgen,

die de wereld heeft geweerd,

richt omhoog wat wist te buigen,

kroon wat aanzien heeft ontbeerd.

Van die dag kan niemand weten,

maar het woord drijft aan tot spoed,

zouden wij niet haastig eten,

gaandeweg Hem tegemoet,

Jezus Christus, gistren, heden,

komt voor eens en komt voor goed!

Zegenbede

Slotlied: OTH 129: U zij de glorie

U zij de glorie, opgestane Heer!

U zij de victorie, nu en immermeer.

Uit een blinkend stromen,

daalde d’engel af,

heeft de steen genomen

van ’t verwonnen graf.

U zij de glorie, opgestane Heer!

U zij de victorie, nu en immermeer.

Zie Hem verschijnen, Jezus, onze Heer!

Hij brengt al de zijnen, in zijn armen weer.

Weest dan volk des Heren,

blijde en welgezind

en zegt telkenkere: ‘Christus overwint’.

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie, nu en immermeer.

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft.

die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?

In zijn godd’lijk wezen

is mijn glorie groot,

niets heb ik te vrezen in leven en in dood.

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie, nu en immermeer.

Orgelspel

 

 

Aanvullende gegevens