| Predikant: | ds. A.Vroomans, Rijnsburg |
| Organist: | Rien Verwijs |
| Zondagsschool: | Leonie en Merel |
| Oppas: | Anna van Eck |
| Dienstcollecte: | Kerk en Eredienst |
| Deurcollecte: | Onderhoud gebouwen |
Welkom & Mededelingen
Openingslied: Psalm 139 vers 1, 4
Stil Gebed – Votum – Groet
Samenzang: Psalm 139 vers 11 en 14
Wetslezing: Matteus 7 vers 12 – 23
12*1Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.
13Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. 14*2Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.
15*3Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar in wezen roofzuchtige wolven zijn. 16*4Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels? 17*5Zo brengt elke goede boom goede vruchten voort, maar een slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen, evenmin als een slechte boom goede vruchten. 19*6Elke boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20*7Zo kunnen jullie hen dus aan hun vruchten herkennen.
21Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen Mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. 22*8Op die dag zullen velen tegen Mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet in uw naam vele wonderen verricht?” 23*9En dan zal Ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, onrechtplegers!” 10
Gebed om verootmoediging
Samenzang: Hemelhoog 295 vers 1, 2 en 3 (Johannes de Heer); Op Toonhoogte 269, ELB 308, John de Heer 541
Gebed om de heilige Geest
Lezingen: Hebreeen 1 vers 1 – 14 en 2 vers 14 - 18
Hebreeen 1 vers 1 – 14
1 1Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten; 2nu, aan het einde van de tijd, heeft Hij tot ons gesproken door zijn Zoon, die Hij heeft aangesteld als erfgenaam van alles wat bestaat, en door wie Hij het heelal geschapen heeft. 3*11Hij straalt Gods luister uit, Hij is zijn evenbeeld, met zijn machtig woord draagt Hij alles wat bestaat. Hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit, 4ver verheven boven de engelen omdat Hij een eerbiedwaardiger naam geërfd heeft dan zij. 5*12Tegen wie van de engelen heeft God immers ooit gezegd:
‘Jij bent mijn Zoon,
Ik heb Je vandaag verwekt’?
Of:
‘Ik zal een vader voor Hem zijn,
en Hij voor Mij een zoon’?
6En verder zegt Hij als Hij de eerstgeborene de wereld binnenleidt:
‘Laten al Gods engelen Hem aanbidden.’
7*13Over de engelen zegt God:
‘Hij maakt zijn engelen tot windvlagen,
en zijn dienaren tot een vlammend vuur.’
8*14Maar tegen de Zoon zegt Hij:
‘God, uw troon houdt stand tot in alle eeuwigheid,
en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap.
9Gerechtigheid hebt U liefgehad en onrecht gehaat;
daarom, God, heeft uw God U gezalfd
met vreugdeolie, als enige uit uw kring.’
10*15En ook:
‘In het begin hebt U, Heer, de aarde gegrondvest,
en de hemel is het werk van uw handen.
11Zij zullen vergaan, maar U houdt stand,
ze zullen als een gewaad verslijten,
12als een mantel zult U ze oprollen,
als een gewaad zullen ze worden verwisseld;
maar U blijft dezelfde, en uw jaren zullen geen einde nemen.’
13*16Tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd:
‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
tot Ik van je vijanden een bank voor je voeten heb gemaakt’?
14Zijn zij niet allen dienende geesten, uitgezonden om hen bij te staan die de redding als erfenis zullen ontvangen? 17
Hebreeen 2 vers 14 -18
14*18Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij, om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, 15en zo allen te bevrijden die door hun angst voor de dood hun leven lang in slavernij verkeerden. 16Het moge duidelijk zijn: Hij is niet begaan met het lot van engelen, Hij is begaan met het lot van de nakomelingen van Abraham. 17Daarom moest Hij in alles gelijk worden aan zijn broeders en zusters; alleen dan zou Hij in aangelegenheden tussen God en zijn volk een barmhartige en betrouwbare hogepriester zijn, die verzoening bewerkt voor hun zonden. 18*19Juist omdat Hij zelf, toen Hij op de proef werd gesteld, het lijden doorstaan heeft, kan Hij ieder die beproefd wordt bijstaan. 20
Samenzang: NLB 906 1,2,5
Schriftuitleg & Verkondiging
Samenzang: NLB 885 Alle verzen
Dankgebed – Voorbeden – Stil Gebed – Onze Vader – Collecte
Samenzang: NLB 641
Zegen