Predikant:  Ds Th. Wegman uit Zeist
Organist:  Dhr: Dhr. N. van Oudheusden
Zondagschool/Knd:  Leonie D
Oppas:  D. van Eck en Ester de Haan
Dienstcollecte  Diaconie
Deurcollecte:  Onderhoud Kerkplein

Afkondigingen

Zingen – Psalm 139:1 en 2

1 Heer, die mij ziet zoals ik ben,

dieper dan ik mijzelf ooit ken,

kent Gij mij, Gij weert waar ik ga,

Gij volgt mij waar ik zit of sta.

Wat mij ten diepste houdt bewogen,

't ligt alles open voor uw ogen

2 Gij zijt zo diep vertrouwd met mij:

wie weet mijn wegen zoals Gij?

Gij kent mijn leven woord voor woord,

Gij hebt mij voor ik spreek gehoord.

Ja overal, op al mijn wegen

en altijd weer komt Gij mij tegen

Stil gebed

Votum en groet

 

Aanvangstekst:

God doet wat Hij belooft. Elke morgen opnieuw. Een bemoediging uit Jesaja 41:10 ‘Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.’

 

Zingen: Gezang 289:1 en 4

Morgenglans der eeuwigheid,

licht aan ’t eeuwig Licht onttogen,

stel ons deze ochtendtijd

uwe heerlijkheid voor ogen,

en verdrijf door uwe macht

onze nacht!

Breekt de jongste morgen aan,

geef, o Opgang uit den hoge,

dat wij, met U opgestaan,

alle leed vergeten mogen,

doe ons opgaan tot uw feest

onbevreesd.

 

We horen Gods geboden en beloften uit Deut. 6:4 t.m. 19 (NBV):

4  Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!

5  Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.

6  Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten.

7  Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.

8  Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd.

9  Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.

10  Straks brengt de HEER, uw God, u naar het land dat hij u zal geven, zoals hij uw voorouders Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft beloofd. U krijgt daar grote, mooie steden, die        u niet zelf hebt gebouwd,

11  huizen vol voorraden, die u niet hebt aangelegd, regenputten, die u niet hebt uitgehouwen, en wijnstokken en olijfbomen, die u niet hebt geplant. Als u daar in overvloed leeft,

12  zorg er dan voor dat u de HEER niet vergeet, die u uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd.

13  Heb alleen ontzag voor de HEER, uw God, dien hem en zweer alleen bij zijn naam.

14  Laat u niet in met de goden van de omringende volken;

15  u zou daarmee de toorn van de HEER over u afroepen en hij zou u van de aardbodem wegvagen. Want de HEER, uw God, die in uw midden is, duldt geen andere goden naast zich.

16  Stel hem niet op de proef, zoals u bij Massa deed.

17  Leef de geboden, de bepalingen en de wetten die de HEER, uw God, u heeft voorgehouden, zorgvuldig na

18  en doe wat goed is in zijn ogen. Dan zal het u goed gaan en kunt u het goede land in bezit nemen dat hij uw voorouders onder ede heeft toegezegd.

19  Al uw vijanden zal hij voor u op de vlucht drijven, zoals hij heeft beloofd.

 

Zingen – Psalm 119:34 en 49

34  In eeuwigheid bestaat uw woord, uw kracht.

Hoog in de hemel is uw naam verheven.

Uw trouw is van geslachte tot geslacht,

al wat er leeft, ontvangt van U het leven.

Gij hebt de hele wereld voortgebracht

en voor altijd een vaste plaats gegeven.

49 Hoe wonderbaar is uw getuigenis.

Ik zal het altijd in mijn hart bewaren.

Wanneer uw heilig woord geopend is

Zal ’t als een licht het duister op doen klaren.

Gij maakt verdwaalden van hun doel gewis,

Uw kennis maakt onkundigen ervaren.

 

Gebed

 

Schriftlezing Exodus 3:1 t.m. 12 (NBV)

1 Mozes was gewoon de schapen en geiten van zijn schoonvader Jetro, de Midjanitische priester, te weiden. Eens dreef hij de kudde tot voorbij het steppeland, en zo kwam hij bij de          Horeb, de berg van God.

2  Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd.

3  Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken.

4  Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister, ‘antwoordde Mozes.

5  ‘Kom niet dichterbij, ‘waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.

6  Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.

7  De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden.

8  Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk      en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.

9  De jammerklacht van de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken.

10  Daarom stuur ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’

11  Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’

12  God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn. En dit zal voor jou het teken zijn dat ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt weggeleid, zullen jullie God bij deze berg vereren.’

 

Gesprekje met de kinderen, die daarna naar hun eigen dienst gaan.

 

Zingen: – OTH 236:1,2 en 3

1 Wees stil voor het aangezicht van God,
Want heilig is de Heer.
Aanbid Hem met eerbied en ontzag
En kniel nu voor Hem neer;
Die zelf geen zonde kent
En ons genade schenkt.
Wees stil voor het aangezicht van God,
Want heilig is de Heer.

2 Wees stil, want de heerlijkheid van God
Omgeeft ons in dit uur.
Wij staan nu op heilige grond,
Waar Hij verschijnt met vuur;
Een eeuwigdurend licht
Straalt van zijn aangezicht.
Wees stil, want de heerlijkheid van God
Omgeeft ons in dit uur.

3 Wees stil, want de kracht van onze God
Daalt neer op dit moment.
De kracht van de God die vergeeft
En ons genezing brengt;
Niets is onmogelijk
Voor wie gelooft in Hem.
Wees stil, want de kracht van onze God
Daalt neer op dit moment.

Preek n.a.v. Exodus 3:8a: ‘Daarom ben Ik afgedaald…’ (Thema: ‘U bent verbonden met de God van Israël)

 

De oudste kinderen komen terug tijdens het voorspel van het lied na de preek.

 

Zingen – Gez. 291:1 en 2

1 Nooit kan 't geloof te veel verwachten,
des Heilands woorden zijn gewis.
't Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,
maar nooit een vriend als Jezus is.
Wat zou ooit zijne macht beperken?
't Heelal staat onder zijn gebied.
En wat zijn liefde wil bewerken,
ontzegt hem zijn vermogen niet.2 Die hoop moet al ons leed verzachten.
Komt, reisgenoten, ’t hoofd omhoog.
Voor hen die 't heil des Heren wachten,
zijn bergen vlak en zeeën droog.
O zaligheid niet af te meten,
o vreugd, die alle smart verbant.
Daar is de vreemd'lingschap vergeten
en wij, wij zijn in 't vaderland.

Gebed.

Collecte aankondigen

Slotzang (staand) – OTH 334:1,2 en 3

1 O Heer mijn God, wanneer ik in verwond’ring
de wereld zie die U hebt voort gebracht
Het sterrenlicht, het rollen van de donder
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht
Refrein:
Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij
Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij2 Als ik bedenk hoe Jezus zonder klagen
tot in de dood gegaan is als een lam
Sta ik verbaasd, dat hij mijn schuld wou dragen
en aan het kruis mijn zonde op zich nam
Refrein.Als Christus komt met majesteit en luister
brengt Hij mij thuis, hoe heerlijk zal dat zijn
Dan zal ik vol aanbidding voor Hem buigen
en zingt mijn ziel: o Heer, hoe groot zijt Gij
Refrein.

Zegen 

  

Let op! Als u aanwezig wilt zijn bij deze dienst is reservering noodzakelijk voor meer informatie zie deze link

Voor collectes en deurbussen zie deze link 

Aanvullende gegevens